Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.
Maakindustrie

Hernieuwde opkomst van westerse maakindustrie

Productie betekende ooit legioenen van werknemers en overvolle fabrieksvloeren. In de Verenigde Staten was de industrie een economische steunpilaar die het land liet uitgroeien tot een internationale supermacht. Tegenwoordig is de situatie anders.

In 2017 is de macht van de maakindustrie een functie van chirurgische precisie en door technologie gedreven efficiency. Met het veranderen van de wereldeconomie richten slimme westerse fabrikanten zich grotendeels op technologie en innovatie om hun bedrijf in de markt te houden, aangezien ze met alleen de prijs niet gemakkelijk kunnen concurreren met de enorme massa's lagelonenwerknemers in het buitenland.

Met andere woorden, Industrie 4.0 is gearriveerd en voor die fabrikanten die het verwelkomen, betekent dit nieuw leven voor hun bedrijf.

Productie van een wereldmacht

De Amerikaanse productie, in het verleden het goud voor de westerse industrie, kende een nederig begin aan het eind van de achttiende eeuw, toen Samuel Slater de eerste textielfabriek oprichtte in Rhode Island en daarmee een revolutie ontketende. Fabrieken namen de plaats van het boerenbedrijf in als de ruggengraat van de economie en vervaardigden materialen zoals staal, katoen, wol, tin en later eindproducten.

Een eeuw later waren de Verenigde Staten in opkomst als belangrijkste wereldmacht en kende het land een enorme voorspoed dankzij zijn volledig geïndustrialiseerde economie. Van het Panamakanaal tot de stranden van Normandië, de buitenlandse invloed van Amerika kwam voort uit de macht van zijn maakindustrie. De Amerikaanse middenklasse bloeide dankzij fatsoenlijk betalende banen in de industrie en er ontstond een consumptiemaatschappij met diepe zakken.

Vandaag de dag echter, nu globalisering ongekende hoogten heeft bereikt, is traditionele fabricage een anachronisme geworden. De successen die tot hoge lonen en levensstandaarden leidden, hebben fabriekseigenaren naar lagere loonkosten in meer afgelegen markten gedreven. Banen werden uitbesteed of geautomatiseerd tot het punt waar de Amerikaanse economie sinds het jaar 2000 vijf miljoen productiebanen verloren heeft zien gaan.

Hoewel het aantal arbeidsplaatsen in de maakindustrie de afgelopen jaren misschien een lichte opleving heeft doorgemaakt, blijft het beduidend lager dan in de hoogtijdagen. Dit is niet ongebruikelijk voor de welvarende westerse landen; West-Europese autofabrikanten bijvoorbeeld hebben de productie naar Oost-Europa en China verplaatst, waar de lonen lager zijn. Andere bedrijven overwegen uitbesteding naar India, waar het gemiddelde fabrieksloon ongeveer $1 per uur is.

Toch hebben sommige westerse economieën niet heel veel last van het verlies van traditionele productiebanen. Neem het Duitse model, bijvoorbeeld. In een tijd waarin offshoring en downsizing heel gebruikelijk is, komt bijna 25 procent van de Duitse economische groei uit de productie.

Door gebruik te maken van publiek-private partnerschappen, subsidies en de nieuwste technologie heeft de Duitse productie-economie geprofiteerd van de digitale revolutie om zijn industriesector om te vormen tot een hoogwaardig powerhouse.

Automatisering en technologische ontwikkeling hebben Duitse fabrikanten ertoe gebracht om over te stappen op geavanceerdere toepassingen die niet zo gemakkelijk te kopiëren zijn in landen als China en India. In de textielsector bijvoorbeeld richten Duitse bedrijven zich op het ontwikkelen van koolstofvezeltextiel voor geavanceerde toepassingen in de automobiel- en ruimtevaartsector.

Voor een dergelijk niveau van productie zijn geavanceerde machines en hoogopgeleide operators nodig, zodat de Duitse textielindustrie concurrerend blijft terwijl andere westerse landen hebben toegelaten dat hun industriële sectoren door loonconcurrentie vrijwel bezwijken.

Kiezen voor een nieuw tijdperk van westerse productiemacht

In de Verenigde Staten lijkt men dit ook te zien. Als het gaat om innovatie en een slanke bedrijfsvoering zijn fabrikanten hevig aan het investeren. Investeringen in industriële robots stegen met 32 procent in het eerste kwartaal van 2017, een indicator van de focus van de industrie op technologische innovatie. En ja, automatisering en robotica betekenen minder conventionele productiebanen, maar tegelijk ook veel meer goed betaalde, hoogopgeleide posities in gebieden zoals datawetenschap en engineering. Een piek in de vraag naar dergelijk personeel betekent dat het publiek dubbel zal profiteren van beter betalende banen en betere kwaliteit van producten dan in het Duitse model.

Bijvoorbeeld de implementatie van het Internet of Things (IoT) en lerende machines als middel voor toezicht op en beheer van activiteiten, gelijktijdig op granulair en panoptisch niveau, wordt een must voor fabrikanten – en eigenlijk alle bedrijven. Behoud en gebruik van deze oplossingen vereist geschoolde werknemers in banen die voorheen misschien niet bestonden.

Een ander voorbeeld van het ontstaan van een nieuw gouden tijdperk in de westerse maakindustrie kan worden gezien in de industriële toepassing van 3D-printingtechnologie. Dergelijke geavanceerde technologie, die typisch is voor de zogenaamde vierde industriële revolutie, biedt de belofte van schaalbaarheid in een tempo dat eerder ondenkbaar was en waarbij ongelooflijke efficiencyverbeteringen worden gerealiseerd die nooit kunnen worden geëvenaard door de enorme kracht van laagbetaalde arbeid.

Productie verplaatst zich ook steeds meer naar een boutiekmodel. Met de juiste vaardigheden, de juiste technologie en de juiste marktniche kan het altijd en overal plaatsvinden. Er is geen noodzaak voor een grote hoeveelheid personeel en geen noodzaak voor een grote fabriek. In dit model is succes een zaak van extreme efficiency in combinatie met slimme strategie, slimme bedrijfsstructurering en slimme bedrijfsprocessen.

Voor de werknemer die zich opmaakt voor een baan in deze nieuwe, groeiende industrie is het belangrijk om een adequate set vaardigheden te ontwikkelen. Wil deze opkomende vloed van intelligente automatisering alle boten optillen, dan heeft het personeel opleidingen nodig in voorspellend onderhoud, logistiek en bedrijfsvoering, en facilitair beheer, energiebeheer, en supply chain management.

Natuurlijk betekent dit dat universiteiten en technische opleidingen zich zullen moeten aanpassen aan de nieuwe economie. Zonder een grondige omarming van deze technologieën en de vaardigheden die bij het beheer ervan nodig zijn, zijn er geen arbeidskrachten om dit nieuwe productiemodel te ondersteunen. Voor het bereiken van een volwaardige industriële renaissance moet het tempo van de adoptie versnellen. Dat gezegd hebbende zijn we in ieder geval goed op weg. In de Verenigde Staten lijkt in ieder geval een koers te zijn uitgezet voor een radicale wederopleving. Het is nog niet in beton gegoten, maar geef het wat tijd. Misschien wordt het niet in beton, maar in 3D geprint.

Tags: